De Schepping als Gods Tempel: 10 Consequenties

Als we de Bijbelse gedachte serieus nemen dat de schepping als geheel Gods tempel is — zijn woonplaats, zijn koninkrijk en zijn heilige ruimte — dan heeft dat gevolgen die veel verder gaan dan alleen onze kijk op kerkgebouwen. Het raakt ook aan de manier waarop we denken over zonde en verlossing. Een paar gedachten:

1 — De schepping is HEILIGE RUIMTE

Als de hele kosmos aan God toebehoort en iets van zijn aanwezigheid weerspiegelt, dan is de wereld niet geestelijk neutraal. Gewone plaatsen — bergen, oceanen, huizen, steden en akkers — zijn van God en kunnen plaatsen worden waar we hem ontmoeten. Wat is de wereld waarin we leven toch wonderlijk!

2 — MENSEN ZIJN PRIESTERS BINNEN DE SCHEPPING

Genesis 1–2 beschrijft de mens als op bijzondere wijze geroepen om de schepping te bewerken, te bewaren en er verantwoordelijkheid voor te dragen. Als we de kosmos verstaan als tempel, krijgt die roeping een priesterlijk karakter: de mens is geroepen om God binnen de schepping te vertegenwoordigen en de schepping in dankbaarheid aan hem terug te geven. Alle mensen zijn priesters. Sommigen vervullen die roeping beter dan anderen.

3 — ZORG VOOR DE SCHEPPING WORDT EEN VORM VAN AANBIDDING

Als de wereld Gods tempel is, dan is het beschadigen van de schepping niet alleen een ecologisch of economisch probleem. Zorg voor het land, voor dieren, voor water en voor ecosystemen kan worden verstaan als een manier om de Schepper lief te hebben en te eren. Wie goed zorgt voor wat God heeft gemaakt, neemt Gods schepping serieus.

4 — HET ONDERSCHEID TUSSEN ‘HEILIG’ EN ‘SECU­LIER’ WORDT MINDER ABSOLUUT

Werk, landbouw, wetenschap, kunst, gezinsleven, eten, bouwen en het samenleven als politieke gemeenschap vinden allemaal plaats binnen Gods schepping. Christelijk discipelschap beperkt zich daarom niet tot activiteiten die we expliciet ‘religieus’ noemen. Het gaat niet alleen om preken. Het gaat om het hele leven.

5 — HEERSCHAPPIJ BETEKENT RENTMEESTERSCHAP, NIET EIGENDOM

Het ‘heersen’ over de schepping (Gen. 1:26–28) moet worden verstaan tegen de achtergrond van de bredere Bijbelse overtuiging dat de aarde aan God toebehoort (Ps. 24:1). Onze macht over de schepping is ons toevertrouwd; ze is geen absoluut eigendomsrecht. We zijn rentmeesters, geen eigenaars.

6 — SCHOONHEID KRIJGT THEOLOGISCHE BETEKENIS

De herhaalde uitspraak in Genesis 1 dat de schepping ‘goed’ is, laat zien dat de schepping waarde heeft eenvoudigweg omdat God haar heeft gemaakt. Schoonheid in de natuur is daarom niet slechts decoratie. Ze kan een teken zijn dat ons verwijst naar Gods heerlijkheid (Ps. 19:1; Rom. 1:20). Geniet van schoonheid. Geniet van muziek. Geniet van kunst. Geniet van voetbal en van postzegels! Ook daarin kan iets van de overvloed en schoonheid van Gods schepping worden ervaren.

7 — ZONDE KAN WORDEN VERSTAAN ALS ONTWIJDING VAN GODS WOONPLAATS

Geweld, uitbuiting, afgoderij en onrecht doen niet alleen andere mensen en schepselen schade. Ze verstoren ook de orde die God in zijn schepping heeft gelegd. Dat helpt ons misschien te begrijpen waarom de Bijbelse profeten menselijke zonde zo vaak verbinden met de vervuiling en ontwijding van het land. Wat wij elkaar en de schepping aandoen, raakt uiteindelijk ook aan de plaats waar God wil wonen.

8 — DE MENSWORDING WORDT HIERDOOR NOG DIEPER

Als de schepping Gods tempel is, dan betekent Christus’ komst in de wereld niet dat God zijn tempel verlaat. Het betekent juist dat God zijn schepping binnengaat. Johannes 1:14 — ‘Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond’ — krijgt zo een nog diepere betekenis. Het past binnen het bredere Bijbelse verhaal van Gods aanwezigheid die midden in zijn schepping komt wonen. God blijft niet op afstand van zijn schepping. In Christus komt hij er middenin.

9 — HET DOEL VAN DE VERLOSSING IS NIET ONTSNAPPING UIT DE SCHEPPING, MAAR HAAR VERNIEUWING

Het Bijbelse verhaal eindigt niet met de mensheid die de fysieke wereld achter zich laat om naar de hemel te ontsnappen. Het eindigt met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, met God die bij de mensen woont (Openb. 21–22). Daar bereikt het tempelthema zijn hoogtepunt: Gods aanwezigheid vult de vernieuwde schepping. Verlossing betekent uiteindelijk niet dat God ons uit de schepping haalt, maar dat hij de schepping vernieuwt.

10 — CHRISTELIJKE AANBIDDING KAN EEN KOSMISCHE REIKWIJDTE KRIJGEN

Aanbidding is uiteindelijk niet gebonden aan een kerkgebouw. ‘De hemelen vertellen de eer van God’ (Ps. 19:2). De schepping ziet uit naar haar verlossing (Rom. 8:19–23). En in Openbaring zien we hemel en aarde samenkomen in aanbidding. Christenen kunnen hun leven daarom verstaan als deelname aan een veel grotere liturgie. De kerk is niet het enige decor waarin God wordt geëerd. De hele schepping doet mee. Alles komt uit God, alles bestaat door God, en alles is uiteindelijk bestemd tot Gods eer.

Related Posts

Leave a Reply