De invloed van Prof. Dr. Jan Jongeneel op mijn preken
Het is niet om aan te zien… Ik ben bezig al mijn preken op mijn website te zetten. 99% daarvan dateert van 2008 en daarna. Het herlezen van die honderden preken doet me soms wel verzuchten: ‘had je dat nou niet net wat anders kunnen zeggen.’ Maar in het algemeen ben ik er wel met de nodige nederigheid natuurlijk, tevreden over.
Maar de laatste weken ben ik ook preken uit mijn jeugd op de website aan het zetten. Mijn deugd. Voor sommige schaam ik me met terugwerkende kracht. Toch zet ik ze op de website, maar vergeef me, ik zet erbij: UIT MIJN JEUGD. Dan bent u misschien wat vergevingsgezind.
Het gaat om preken in allerhande pinkstergemeente en van dat soort. Shoubra (!) Enschede, Den Helder, Zutphen, en vooral Soest. Allemaal daterend van 1980-1986. In 1986 was ik 27 jaar jong….
Wat merk ik?
- Ik was zo zelfverzekerd van allerlei ideeën waar ik intussen toch echt wel wat ander over denk.
- Preken waren vaak een woordenbrij – niet goed georganiseerd.
- Soms thema’s waarvan ik nu denk – waarom deed je dat in vredesnaam,
- Soms veel te lang
- En vooral dat pedante. De jongeman die het wel even aan het volk zal vertellen.
Over die woordenbrij, ik weet wat me enorm heeft geholpen. Toen ik in Egypte in 2008 na jaren weer begon te preken (in het engels, in de context van de Anglicaanse Kerk) rondde ik ook mijn proefschrift af. In 2008. Dat deed ik onder leiding van Prof Jan Jongeneel – een geweldige begeleider die me in het begin enorm frustreerde. Die goede man was voor hij theoloog werd, jurist. Was dat de reden waarom hij zo ongenadig hamerde op de noodzaak van een consistente logica in de hoofdstukken van wat ik schreef?
Ik leerde van hem, eerst het raamwerk, dan pas de inhoud. En dat ben ik met preken gaan toepassen.
Eerst het raamwerk:
Inleiding
Punt 1
Punt 2
Punt 3
Conclusie
Totaal 2000 woorden maximaal, dus globaal:
Inleiding 100 worden
Punt 1 600 woorden
Punt 2 600 woorden
Punt 3 600 woorden
Conclusie 100 worden
Die aantallen waren vooral een richtlijn, geen wet van Meden een Perzen.
Vervolgens. indeling verder verfijnen:
Inleiding
Punt 1
A
B
C
D
Punt 2
A
B
C
D
Punt 3
A
B
C
D
Conclusie
Die subpunten a, b, c, en d konden er ook best 2 of 5 zijn.
Maar door de preek op deze manier ‘aan te pakken’ zorgde ik voor logica, dat ik to-the-point bleef.
Dank dus aan Prof Jan Jongeneel. Die trouwens ook wel wat impact op de inhoud had. Mijn studie maakte me beslist meer ‘oecumenisch’, in de zin dat ik (andere) kerken meer serieus ging nemen dan ik mezelf en mijn eigen opvattingen nam…




