Jezus van Nazareth, JHWH van Israël

Omdat ik regelmatig revisionistische opvattingen tegenkom over de vroege Kerk en haar geloofsovertuigingen, vooral met betrekking tot het geloof van de Kerk in de Drie-eenheid, wil ik aan de hand van vier voorbeelden laten zien waarom christenen zich helemaal niet verontschuldigend hoeven op te stellen over deze gelijkstelling van Jezus Christus met JHWH, de God van Israël.  Wij volgen immers de voetsporen van de allereerste Kerk!  De apostelen Petrus en Paulus verkondigden beiden de eenheid van Jezus van Nazareth en JHWH, de God van Israël.  Meer hierover in een artikel (zie menu, artikelen) getiteld “Jezus van Nazareth is de JHWH van Israel”.

Hierbij één voorbeeld, van Deuteronomium 6.4 en 1 Korintiërs 8.6

De Herziende Statenvertaljng (HSV) vertaalt Deuteronomium 6.4: “Luister, Israël! de HEERE onze God, de HEERE is één.”

Dit is de Shema (Hebreeuws voor “hoor”), de geloofsbelijdenis die steeds opnieuw werd herhaald in de synagogen en in alle Joodse huizen ten tijde van Jezus en Paulus, en zelfs vandaag nog.  Het woord “HEERE” is de vertaling van het Hebreeuwse JHWH.

De meeste Joden in de tijd van Jezus en Paulus woonden niet in Israël, maar verspreid over het Romeinse Rijk en Perzië.  De meesten gebruikten een Griekse versie van hun Schriften, omdat zij het Hebreeuws niet goed genoeg beheersten om de Hebreeuwse Bijbel te begrijpen.  In Deuteronomium 6:4 zegt deze Griekse vertaling (de Septuagint, LXX):

Akoue Israeel kurios ho theos hemoon kurios heis esti.
“Luister, Israël, de Heere onze God, de Heere is één.”

Paulus schrijft aan de gemeente in Korinthe, en onderstreept dat er geen andere God is dan Eén (1 Korinthe 8.4) en hij vervolgt dan in 1 Korinthe 8.6, en ik volg de HSV-vertaling:

“Toch is er voor ons [maar] één God, de Vader… en één Heere, Jezus Christus…”

De Griekse tekst luidt:
…Humin heis theos ho pateer… kai heis kurios Jesous Christos.
“Voor ons is er één God, de Vader… en één Heer, Jezus Christus.”

Paulus wist heel goed dat zijn Joodse lezers onmiddellijk zouden begrijpen dat hij verwees naar de Shema van Deuteronomium 6.4, waar God in de LXX als kurios wordt aangeduid, en dat woord gebruikt hij nu voor Jezus.  Hij creëerde bewust een parallel met dit vers uit Deuteronomium dat zo centraal stond in het Joodse geloof.  Dit laat zien hoe de identiteit van Jezus Christus, volgens Paulus, nauw verbonden was met de identiteit van JHWH, de Heer en God van hemel en aarde. Van Jezus Christus zegt hij bovendien “door Wie alle dingen zijn en wij door Hem.” Jezus wordt als Schepper van hemel en aarde beschreven. 

De woorden van Paulus suggereren dat JHWH en Jezus Christus één en dezelfde zijn.  Als hij dit niet geloofde, zouden zijn woorden godslasterlijk zijn, omdat zij dan zouden suggereren dat er naast de ene en enige God nog een andere god bestaat.