20 mythen over Arabieren

Je zal maar president van Egypte zijn. Problemen overal — een bord rijstebrij waar Abdel Fattah al-Sisi zich doorheen moet werken. Het land staat onder zware economische en politieke druk, en de regering probeert die tegelijk in bedwang te houden.

Ik moest daaraan denken toen ik zijn toespraak van afgelopen zaterdag zag, ter herdenking van de bevrijding van de Sinaï in 1973. Daarin schetste hij zijn visie op het Midden-Oosten: samenwerking en vrede in plaats van bezetting en geweld. Een open deur, maar in deze regio moet die blijkbaar blijven openstaan — ook in Washington trouwens.

Al-Sisi waarschuwde tegen pogingen om de kaart van de regio te hertekenen vanuit extremistische ideeën en benadrukte respect voor soevereiniteit. Over de Palestijnse gebieden was hij helder: geen gedwongen verplaatsing van Palestijnen. Hij pleitte voor een staakt-het-vuren in Gaza, humanitaire hulp en onderhandelingen als enige uitweg. Het klinkt bijna ouderwets; momenteel lijken macht en wapens de toon te zetten.

Tegelijk presenteert Egypte zich als een anker van stabiliteit. Op sociale media circuleren kaarten waarop het land omringd is door conflictgebieden: Libië, Soedan, Israël en de Palestijnse gebieden, Syrië, Iran. Dat voedt het gevoel: hier is het tenminste nog rustig.

Maar die onrust kost Egypte ook geld. Door aanvallen op de scheepvaart bij Bab el-Mandeb en de Straat van Hormuz liep het land naar eigen zeggen zo’n 10 miljard dollar mis aan inkomsten uit het Suezkanaal.

Die externe oorzaken verhullen deels dat de economische problemen ook door eigen beleid zijn veroorzaakt.  Egypte investeert zwaar in megaprojecten, nieuwe steden en energie, gefinancierd met leningen. Nodig, maar duur: de baten laten op zich wachten en de bevolking betaalt de prijs.

De Egyptische pond verloor recent opnieuw 10% van zijn waarde, waardoor import meteen duurder wordt. Intussen groeit de bevolking snel, met extra druk op voedsel, water en banen. Al-Sisi erkende zaterdag de moeilijke situatie en beloofde verlichting.

Die belofte is geen luxe. Stabiliteit is zijn grootste troef, maar mensen moeten wel kunnen eten. Honger is een voedingsbodem voor extremisme. Daarom houdt de president de binnenlandse veiligheidsdiensten — politie, staatsveiligheid en leger — strak en zichtbaar aan de macht. Iedereen moet weten wie de controle heeft.