Vandaag begint in Egypte een nieuw begrotingsjaar. Dat lijkt misschien niet zo bijzonder, maar ik hoop van harte dat het ook het begin wordt van een periode waarin de economie verder herstelt. De afgelopen jaren waren voor veel Egyptenaren ontzettend zwaar. De armoede is nog altijd groot en voor miljoenen gezinnen is het iedere maand weer een worsteling om voldoende eten op tafel te krijgen.
Ondanks de oorlog tussen Iran en Israël en alle onrust in de regio, lijkt de Egyptische economie zich verrassend goed staande te houden. Natuurlijk zijn er tegenvallers: er komen minder toeristen, de inkomsten uit het Suezkanaal blijven achter en buitenlandse investeerders zijn voorzichtiger geworden. Toch zijn er ook lichtpuntjes. De inflatie is aanzienlijk gedaald, de buitenlandse valutareserves zijn gegroeid en de regering verwacht voor het nieuwe begrotingsjaar een kleiner begrotingstekort en een lagere buitenlandse schuld.
Dat betekent niet dat de problemen voorbij zijn. Integendeel. De oorlog in de regio, hoge voedselprijzen en de enorme druk op de overheidsfinanciën blijven grote uitdagingen. Bovendien zegt economische groei op papier nog niet dat arme gezinnen het direct beter krijgen.
Toch geeft deze ontwikkeling mij hoop. Niet omdat alle problemen zijn opgelost, maar omdat een stabielere economie uiteindelijk de beste basis biedt om de armoede terug te dringen. Juist voor de vele gezinnen die wij via Stichting Nijlvallei ontmoeten, is dat van levensbelang. Ik hoop dan ook dat dit nieuwe begrotingsjaar niet alleen betere economische cijfers oplevert, maar vooral merkbaar wordt in het dagelijks leven van de gewone Egyptenaren.




