Economie Egypte krabbelt op

Vandaag begint in Egypte een nieuw begrotingsjaar. Dat lijkt misschien niet zo bijzonder, maar ik hoop van harte dat het ook het begin wordt van een periode waarin de economie verder herstelt. De afgelopen jaren waren voor veel Egyptenaren ontzettend zwaar. De armoede is nog altijd groot en voor miljoenen gezinnen is het iedere maand weer een worsteling om voldoende eten op tafel te krijgen.

Ondanks de oorlog tussen Iran en Israël en alle onrust in de regio, lijkt de Egyptische economie zich verrassend goed staande te houden. Natuurlijk zijn er tegenvallers: er komen minder toeristen, de inkomsten uit het Suezkanaal blijven achter en buitenlandse investeerders zijn voorzichtiger geworden. Toch zijn er ook lichtpuntjes. De inflatie is aanzienlijk gedaald, de buitenlandse valutareserves zijn gegroeid en de regering verwacht voor het nieuwe begrotingsjaar een kleiner begrotingstekort en een lagere buitenlandse schuld.

Dat betekent niet dat de problemen voorbij zijn. Integendeel. De oorlog in de regio, hoge voedselprijzen en de enorme druk op de overheidsfinanciën blijven grote uitdagingen. Bovendien zegt economische groei op papier nog niet dat arme gezinnen het direct beter krijgen.

Toch geeft deze ontwikkeling mij hoop. Niet omdat alle problemen zijn opgelost, maar omdat een stabielere economie uiteindelijk de beste basis biedt om de armoede terug te dringen. Juist voor de vele gezinnen die wij via Stichting Nijlvallei ontmoeten, is dat van levensbelang. Ik hoop dan ook dat dit nieuwe begrotingsjaar niet alleen betere economische cijfers oplevert, maar vooral merkbaar wordt in het dagelijks leven van de gewone Egyptenaren.

Gisteren bezocht ik het Grand Egyptian Museum (GEM), dat na 20 (?) jaar eindelijk open is.  Het was het meer dan waard. Het oude museum van Egyptische Oudheden aan het Tahrirpleiin had veel meer de oude ‘grandeur’ van de archeologie van Egypte van de 19de eeuw, en het nieuwe museum is wat mij betreft nogal modernistisch in zijn uitstraling – het kon net zo goed een museum voor IT-technologie huisvesten.  Maar zodra je de tentoonstelling bezoekt, vergeet je het gebouw.

In twaalf ‘zalen’ met elk een eigen onderwerp, zie je een fantastische uitstalling van Egypte’s beste oudheden. In het vorige museum moest alles worden opgepropt, de beschrijvingen lieten vaak te wensen over en door het relatief kleine gebouw werd je een beetje gestoord door de drukte.  In dit veel grotere museum kunnen veel meer bezoekers tegelijk worden toegelaten en het voelt niet zo vol als in het oude museum.

De uitstalling van de oudheden is prachtige gedaan, ik kan niet anders zeggen.  Na de twaalf zalen kom je uiteindelijk in de tentoonstelling van Toetanchamon en dat is overweldigend. Dat masker is schitterend, hoewel ik persoonlijk niet veel geef om al de blingbling.  Ik ben meer geïnteresseerd in wat de archeologie ons over het leven van vroeger laat zien.  Maar my goodness, wat heeft die Howard Carter overhoop gehaald toen hij dat graf van Toetanchamon leeghaalde.  De tentoonstelling ervan is schitterend.

Toetanchamon was een tamelijk onbeduidende farao, maar is beroemd geworden omdat zijn graf pas in 1922 werd leeggehaald.  Als dit de inhoud was van het graf van een onbeduidende farao, hoeveel meer moeten die vel andere graven hebben bevat. 

Kortom – neem uw kans waar en ga hier eens naar toe. Entree ongeveer 25 euro.