
De afgelopen weken was ik bezig met wat postzegels een meer permanente plaats in mijn verzameling te geven, zoals de 2mills opdruk op 3mills (Oktober 1915). De zegel heeft 10 ‘types’ met nogal wat flinke afwijkingen in het drukwerk, en die 10 ‘types’ heb ik nauwkeurig omschreven zodat de goed verzamelaars van deze zegel weten hoe ze de types kunnen onderscheiden.
Echt aantrekkelijke afwijkingen zijn de per ongeluk ondersteboven gedrukte opdrukken. Twee vellen van 200 zegels van de 3mills werd blijkbaar per ongeluk (?) ondersteboven in de drukpers gelegd. Dus er zouden 400 van die opstaande opdrukken bestaan. Waarvan ik een gestempeld en een postfris exemplaar heb bemachtigd. Lucky me…
Wel, dat geluk schrompelde ineen toen ik de 10 types nauwkeurig ging onderzoeken en omschrijven. De hoek van die opdruk ten opzichte van de postzegel is globaal tussen de 43 en 46 graden. Toen ik de opstaande opdrukken bekeek, bleek dat die allebei van type III zijn. Alleen dat al zou me aan het denken zetten, want hoe groot is die kans? 10% slechts. En dan de hoek van de opdruk, die is 58%. Onmogelijk, want dan zou het vel niet alleen omgekeerd maar ook scheef door de drukpers hebben moeten gaan en dat is onmogelijk. Ik heb dus twee vervalsingen.
Als ze echt waren, zouden ze ongeveer 100 euro per stuk kosten. Nu vermoed ik dat ze per stuk 25 euro opbrengen, voor verzamelaars van vervalsingen.
Een illusie armer, twee vervalsingen rijker, en ik waan me een beetje een expert op het gebied van deze editie van 1915 nu. Nogal gewichtig he?