Zou de kerk eigenlijk de sabbat moeten vieren?

Ik kom nog wel eens christenen tegen, of ik lees hun pennenvruchten, die beweren dat het ‘eigenlijk beter’ zou zijn als we als christenen niet op de zondag maar op de zaterdag onze bijeenkomsten zouden vieren.  

Ik heb de indruk dat in deze gedachte een aantal riviertjes van opvattingen samenkomen. Een van die riviertjes is die van het idee dat een Joodse interpretatie van het evangelie per definitie beter is dan een niet-Joodse. Een heel andere is dat keizer Constantijn de Grote de kerk zou hebben gedwongen de zondag als feestdag te accepteren. Een onderdeel van dit samenstel van ideeën is ook, dat de oude kerk de zaterdag zou hebben gevierd, en dat de zondag pas ten tijde van Constantijn zou zijn ingevoerd. En dan is er de gedachte dat de oude kerk antisemitisch was en om die reden van ‘vierdag’ zou zijn veranderd. Die arme Constantijn krijgt ook overal de schuld van….

Vreemd hoe allerlei ideeën, als ze maar vaak genoeg herhaald worden, een soort gewicht krijgen. De vraag naar historische waarheid lijkt me een slachtoffer in dit pleidooi voor de zaterdag als christelijke feestdag.

Het waren trouwens de apostelen zelf die, op hun algemene concilie in het jaar 57-58, bepaalden wat de regels waren waaraan niet-joodse volgelingen van Jezus zich moesten houden. De sabbat wordt niet eens genoemd. (Handelingen 15.20,29). 

Paulus noemt de wet van Mozes een schaduw van de werkelijkheid in Christus en hij schrijft aan de Kolossenzen dat daarom niemand hen mag veroordelen omdat ze de sabbat niet vieren: 

Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt vaneen feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten (Kolossenzen 2.16).

Het Nieuwe Testament geeft ook aanwijzingen dat de eerste dag der week door de apostelen in ere werd gehouden als dag van samenkomst. Lees Handelingen 20.7:

En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, hield Paulus een toespraak tot hen…

Ignatius schreef ca. 115 nChr. een brief aan de gemeente in Magnesia in Klein Azië.  Ignatius was leerling van de apostelen en opvolger van Petrus als kerkelijk leider in Antiochië. Aan de gemeente in Magnesia schreef hij over de sabbat en de zondag. Ik citeer een deel van wat hij zei. Ignatius beschrijft de christenen van Joodse afkomst van zijn tijd als

… zij die hebben geleefd volgens oude gewoonten zijn tot de nieuwe hoop gekomen [en] houden niet langer de sabbat maar leven in overeenstemming met de dag des Heeren, waarop ons leven ook opstond door Hem en zijn dood… (Ignatius aan Magnesia 9.1)

In de kerk in Magnesia die Ignatius aanschreef rond 115 nChr. vierden de volgelingen van Christus, ook die van Joodse afkomst, dus niet de sabbat maar de dag van de opstanding van Christus, de zondag. De zondag werd daar de dag de Heeren genoemd.

Over de zondag als de dag des Heeren lezen we ook in de Didachè:

Op de dag des Heeren zult u samenkomen, het brood breken en dankzeggen na openlijk uw zonden beleden te hebben, opdat uw offer rein zij. (Didache 14)

De Didache was bij uitstek een Joods geschrift; de datering is niet duidelijk omdat het waarschijnlijk uit een samenstel van oudere geschriften bestaat.  Een datering van het geheel rond 150 is redelijk, maar delen zijn duidelijk ouder. In die tijd vierden de Joodse volgelingen van Jezus dus de zondag.

Barnabas schreef een brief tussen 70 en 135 nChr.  Daarin wordt gezegd dat Christenen de achtste dag – dus de zondag – gebruikten voor hun viering omdat Jezus op die dag uit de dood opstond:

 Ten slotte zegt Hij tot hen: “Uw nieuwemaansdagen en uw sabbatten kan Ik niet verdragen.” Jullie zien wat Zijn bedoeling is: niet jullie huidige sabbatten zijn Mij welgevallig, maar de sabbat die Ik heb gemaakt; die waarop Ik, nadat Ik alles tot rust heb gebracht, het begin van de achtste dag zal maken, dat is het begin van een andere wereld. Daarom vieren ook wij de achtste dag met vreugde, waarop ook Jezus uit de doden opstond en, nadat Hij verschenen was, opsteeg naar de hemelen. (Barnabas 15:8-9)

Waarom de zondag vanaf het begin in ere werd gehouden, lezen we bij Justinus de martelaar (ca. 170 nChr):

Op zondag komen christenen samen voor een eredienst, omdat op de eerste dag van de week Jezus uit de doden is opgestaan. (1e Apologie, 67)

De zondag werd door de oude kerk dus gevierd omdat het de opstandingsdag van de Heere is. Opvallend is trouwens dat telkens sprake is van Joodse gelovigen die de zondag als vierdag waren gaan beleven. Van antisemitisme was dus helemaal geen sprake met het niet langer vieren van de sabbat. 

De zondag is oorspronkelijk niet ingesteld als een rustdag, wel als vierdag om samen te komen en de opstanding van Christus te vieren.  Het was vanaf de heel vroege kerkgeschiedenis de ‘dag des Heeren’, lang voordat Constantijn de Grote er, eeuwen later, een officiële rustdag van maakte.  Constantijn stelde de zondag niet in als de wekelijkse christelijke feestdag, maar hij zorgde dat het in het hele Romeinse Rijk een vrije dag werd.